Alimentatieduur, wijziging en indexering

 

Duur kinderalimentatie

De financiële verplichting om voor kinderen te zorgen loopt totdat zij de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben. Voor jongmeerderjarigen (van 18 tot en met 20 jaar) bestaat een zogenaamde voortgezette onderhoudsplicht. Dit betekent dat een kind alleen alimentatie ontvangt als het niet zelf in het levensonderhoud kan voorzien. Als de jongmeerderjarige hierin wel zelf kan voorzien, bijvoorbeeld omdat het een betaalde baan heeft, zou de alimentatie kunnen stoppen.

Als een kind trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat blijft de onderhoudsplicht van de ouder bestaan, de onderhoudsplicht van de echtgenoot van het kind gaat dan echter voor.

Vanaf 18 jaar gelden de afspraken over de alimentatie tussen het kind en de betalende ouder.

 

Duur partneralimentatie

De maximale duur van partneralimentatie is twaalf jaar. Bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap dat korter heeft geduurd dan vijf jaar en waaruit geen kinderen zijn geboren, is de maximale duur van de alimentatie gelijk aan de duur van het huwelijk of het partnerschap.

In theorie zou uit een huwelijk dat twee jaar heeft geduurd en waaruit kinderen zijn geboren, dus een alimentatieverplichting van twaalf jaar kunnen ontstaan.

De alimentatieplicht door eindigt:

- overlijden van een van de partners;

- hertrouwen, samenwonen, of aangaan van een geregistreerd partnerschap van de van de alimentatiegerechtigde. Zou de alimentatiegerechtigde van de nieuwe partner scheiden, dan doet dat de oude alimentatieplicht niet herleven;

- vermindering van behoefte of draagkracht;

- na verloop van de vastgestelde periode;

- door afkoop;

- zodanige gedragingen van de onderhoudgerechtigde dat de onderhoudsbijdrage naar redelijkheid niet (ten volle) gevergd kan worden.

 

Wijziging

Als één van de partners van mening is dat zich een wijziging heeft voorgedaan die van invloed is op de behoefte of de draagkracht van de ander,  kan een wijzigingsverzoek bij de rechtbank worden ingediend. Een verzoek tot wijziging van de alimentatie kan dus zowel door de alimentatiegerechtigde als de alimentatieplichtige worden gedaan.

Hierbij kan gedacht worden aan de volgende wijzigingen:

- de alimentatieplichtige kan door werkeloosheid (niet verwijtbaar) of arbeidsongeschiktheid niet langer aan de alimentatieverplichting voldoen;

- de alimentatieplichtige is door wijziging van baan of door promotie of meer gaan verdienen;

- de draagkracht van de alimentatieplichtige veranderd door een wijziging in de gezinssamenstelling;

- de alimentatiegerechtigde heeft  door baanverlies of arbeidsongeschiktheid minder inkomen.

Om wijzigingen van de alimentatie uit te sluiten, kunnen partijen een niet-wijzigingsbeding overeenkomen. Reden voor hiervoor kan zijn dat de alimentatiegerechtigde zo niet financieel de dupe wordt van bijvoorbeeld lastenverzwaring door het hertrouwen van de alimentatieplichtige.

Er zijn overigens twee uitzonderingen waarbij het beding van niet-wijziging door de rechter als ongeldig kan worden verklaard:

- wanneer de omstandigheden dermate veranderd zijn dat het onredelijk is als de andere partij aan het geding wordt gehouden;

- wanneer achteraf blijkt dat het beding is overeengekomen terwijl er bij één of beide partners duidelijk onvoldoende inzicht in behoefte en draagkracht bestond.

 

Indexering

Net als de inkomens, gaat ook de alimentatie ieder jaar met een bepaald percentage omhoog. Dat percentage wordt vastgesteld door de Minister van Justitie. Hij houdt daarbij rekening met de stijging van de lonen in het bedrijfsleven en de overheid (zie o.a. www.alimentatie-indexatie.nl).